Pleegzorg

Ik wil graag pleegouder worden. Wat moet ik dan doen?

Het selecteren van pleegouders gebeurt niet door Bureau Jeugdzorg zelf. Bureau Jeugdzorg geeft alleen indicaties af voor kinderen die pleegzorg nodig hebben. Het plaatsen van kinderen bij pleeggezinnen en het selecteren en begeleiden van pleeggezinnen gebeurt door de zogeheten instellingen voor Jeugd & Opvoedhulp.

Pleegzorg

Een kind kan bij pleegouders worden geplaatst na een verwijzing van Bureau Jeugdzorg. Bureau Jeugdzorg onderzoekt de situatie thuis en bepaalt in overleg met alle betrokkenen of pleegzorg de meest passende oplossing is. Vervolgens wordt bekeken welke vorm het beste is. Er wordt in eerste instantie binnen de eigen familie of bij bekenden van het kind gezocht naar opvang. Dit heet netwerkpleegzorg. Lukt dit niet, dan wordt een ander pleeggezin gezocht. Elk pleeggezin wordt begeleid door een maatschappelijk werker van de instelling voor pleegzorg, de pleegzorgbegeleider. De pleegzorgbegeleider is het aanspreekpunt voor opvoedingsvragen en allerlei praktische zaken. Ook onderhoudt de pleegzorgbegeleider het contact met de ouders en Bureau Jeugdzorg. In de regio Amsterdam is Spirit de pleegzorgorganisatie. Pleegzorg is tijdelijk en de ouders houden het gezag. Dit betekent dat pleegouders wettelijk gezien niet verantwoordelijk zijn voor de verzorging en opvoeding van een pleegkind. Rechten pleegkinderen Net als alle andere kinderen hebben pleegkinderen bepaalde rechten. Zo hebben zij bijvoorbeeld het recht om te horen welke beslissingen er over hen genomen worden. Ze hebben het recht  op inzage van stukken en het recht op hun privacy en contact met familie. Meer informatie over rechten is hier te vinden. Er zijn verschillende vormen van pleegzorg: NetwerkpleegzorgZo’n 40% van de pleegkinderen woont in een bekend gezin: bij grootouders, tantes en ooms, onderwijzers, buren. Dit heet netwerkpleegzorg. Bureau Jeugdzorg kijkt altijd eerst in het eigen netwerk (omgeving van bekenden en familie) of er iemand het kind voor korte of langere tijd kan opvangen. Pas als dit niet lukt, wordt er in het adressenbestand van de pleegzorginstelling gezocht naar een gezin buiten het netwerk. Weekendpleegzorg Een pleegkind brengt één of meer weekenden per maand door in een pleeggezin. Het kind woont (nog) bij zijn ouders, in een internaat of ander pleeggezin. Even aan de dagelijkse spanning ontsnappen is belangrijk. De (pleeg)ouders kunnen even ‘op adem komen’ om daarna voldoende energie te hebben om de opvoeding weer aan te kunnen. VakantiepleegzorgKinderen kunnen dan mee op vakantie met een gezin. Het gaat om kinderen die (nog) bij hun ouders, in een internaat of een ander pleeggezin wonen. Ze kunnen niet bij familie of vrienden terecht. Dagpleegzorg Als ouders hun kind tijdelijk niet volledig kunnen verzorgen, kan dagpleegzorg een aanvulling zijn. Het kind wordt dan een deel van de week in een pleeggezin opgevangen. Zodra het thuis in het gezin weer goed draait en stabiel is, stopt de dagpleegzorg. Dit is een vrij nieuwe vorm van pleegzorg, die nog niet overal beschikbaar is. Pleegzorg in crisissituatiesIn een crisissituatie, bijvoorbeeld als het thuis plotseling uit de hand loopt, kan een kind ook in een pleeggezin geplaatst worden. Kinderen van 0 tot 18 jaar worden maximaal vier weken op deze wijze opgevangen. In die periode onderzoekt Bureau Jeugdzorg hoe het verder moet. Pleegzorg voor langere tijdHierbij staat vast dat een kind langere tijd niet meer thuis kan wonen, soms tot meerderjarigheid. Langdurig hoeft echter niet voor altijd te zijn.