Veelgestelde vragen - Professionals

Aanmelding of zorgmelding

U krijgt als verwijzer altijd van ons te horen wat het resultaat van de aanmelding is, tenzij de cliënt daar geen toestemming voor geeft. Ook als de cliënt zich niet bij ons meldt na uw aanmelding nemen we contact met u op, om samen met u te proberen de jongere alsnog naar de hulpverlening toe te leiden. Wij mogen i.v.m. de privacywetgeving echter geen gedetailleerde informatie geven over de problematiek en de vervolgaanpak.  

Ja. U kunt telefonisch of schriftelijk uw mening geven, die dan wordt meegenomen in de analyse. U kunt ook vragen om bij het startgesprek aanwezig te zijn. Bijvoorbeeld als u vindt dat hulpverlening noodzakelijk is maar u vermoedt dat de cliënt onvoldoende gemotiveerd is. Of als de cliënt het eng vindt om de stap naar Bureau Jeugdzorg te maken. 

U kunt natuurlijk suggesties doen voor de hulp die gewenst lijkt. Welke hulp definitief geboden wordt, stellen we vast op basis van gesprekken met het gezin, waarin we de door u aangebrachte gegevens natuurlijk in de analyse betrekken.  

Als u denkt dat jeugdzorg nodig is

Wanneer u zich zorgen maakt over een kind, kunt u dat schriftelijk of online melden bij Bureau Jeugdzorg. Dat heet een zorgmelding. U kunt natuurlijk ook eerst bellen om de zorgmelding alvast te bespreken.

U moet uw zorgen wel eerst met de ouders bespreken. En tegen hen zeggen dat u contact met Bureau Jeugdzorg opneemt. In de zorgmelding omschrijft u zo uitgebreid mogelijk op welke gronden u zich zorgen maakt. Uiteraard is het ook belangrijk dat u als melder de juiste persoon- en adresgegevens van het kind doorgeeft.

Iedereen die vermoedt dat een kind mishandeld wordt, kan daarover contact opnemen met het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). U kunt bellen met 0900 – 123 123 0.

De medewerker van het AMK zal een aantal zaken met u bespreken. Bijvoorbeeld waarom u dat vermoedt en hoe lang u dat al denkt. Ook zal hij of zij u vragen of u zelf nog iets aan deze situatie kunt doen. Zoals in gesprek gaan met uw buren. Als dat niet mogelijk is, en de situatie van uw buurmeisje is zorgelijk, zal het AMK uw melding aannemen.

Kindermishandeling is ‘elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen. Er wordt daardoor ernstige schade berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.’  

Ja, als u belt voor informatie, advies of overleg kunt u altijd vrijblijvend en anoniem bellen met Bureau Jeugdzorg.

Nee, als u een zorgmelding over een kind heeft, moet u de ouders van het kind hiervan op de hoogte stellen.

Als u een anonieme zorgmelding wilt doorgeven, kunt u contact opnemen met ons Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). U moet uw naam wel opgeven, maar zij houden deze voor de betrokkenen geheim. 

Een kind kan zich vanaf 12 jaar zelf aanmelden bij Bureau Jeugdzorg. De ouders moeten hier dan wel van op de hoogte gesteld worden en toestemming geven voor de aanmelding.

Vanaf 16 jaar kan een kind zich ook zelfstandig aanmelden zonder toestemming van de ouders. 

Ja, u kunt ook bij Bureau Jeugdzorg terecht voor informatie, advies en/of overleg. Hiervoor kunt u bellen.
 

U kunt op de allereerste plaats uw zorgen bespreken met de ouders of opvoeders van het kind. Als dat niet mogelijk is, of u blijft zich zorgen maken, neem dan contact op met Bureau Jeugdzorg. 

Er is sprake van een crisis bij acute bedreiging van de lichamelijke en/of geestelijke gezondheid van een kind (of acute bedreiging van de omgeving, door toedoen van een kind). 

AWBZ
  • de gezaghebbende ouder
  • een kind/jongere boven de 12 jaar
  • de voogd (vanuit Bureau Jeugdzorg of WSG 

ZZP is de afkorting van Zorg Zwaarte Pakket. Een kind/jongere met een psychiatrische stoornis die langdurig verblijf nodig hebben, bijvoorbeeld begeleid wonen bij het RIBW, kunnen in aanmerking komen voor een ZZP indicatie. Bij een ZZP aanvraag dient een apart aanvraag formulier ingediend te worden waarbij vraag 38 t/m 54 door de behandelaar van een kind/jongere is ingevuld. Vergeet niet het toestemmingsformulier bij te voegen! Het formulier vindt je bij de documenten.  

  • de jongere heeft een psychiatrische diagnose (bij voorkeur DSM IV)
  • de jongere heeft een TIQ van 85 of hoger (bij een dubbele grondslag kan ook een lager TIQ gelden; voor meer informatie kijk bij “wanneer moet ik een aanvraag bij BJAA indienen en wanneer moet ik naar het CIZ.”
  • de jongere is jonger dan 18 jaar (tenzij een kind/jongere tot een half jaar terug hulp ontvangen heeft vanuit Bureau Jeugdzorg dan wordt er tot aan de leeftijd van 23 jaar geïndiceerd)
  • de jongere verblijft in Nederland 

De verschillende soorten hulp of zorg worden 'zorgfuncties' genoemd. Voor welke zorgfunctie(s) een kind/jongere in aanmerking komt, wordt bepaald door de indicatiesteller.

De zorgfuncties:

  • Begeleiding individueel

Bijvoorbeeld: Ondersteuning bieden in het bevorderen van de zelfredzaamheid, oefenen en laten beklijven van aangeleerde vaardigheden, ondersteunen bij het structureren en plannen, bieden van respijtzorg aan ouders.

Kindermishandeling

Iedereen die vermoedt dat een kind mishandeld wordt, kan daarover contact opnemen met het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). U kunt bellen met 0900 – 123 123 0.

De medewerker van het AMK zal een aantal zaken met u bespreken. Bijvoorbeeld waarom u dat vermoedt en hoe lang u dat al denkt. Ook zal hij of zij u vragen of u zelf nog iets aan deze situatie kunt doen. Zoals in gesprek gaan met uw buren. Als dat niet mogelijk is, en de situatie van uw buurmeisje is zorgelijk, zal het AMK uw melding aannemen.

Kindermishandeling is ‘elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen. Er wordt daardoor ernstige schade berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.’  

Geïndiceerde jeugdzorg is een verzamelnaam voor vormen van gespecialiseerde, intensieve jeugdzorg. Intensieve hulp aan huis, dagbehandeling, kamertraining en pleegzorg zijn vormen van geïndiceerde jeugdzorg. Maar er zijn meer vormen. Bureau Jeugdzorg verzorgt deze vormen van zorg niet zelf. Wij schakelen daar de instellingen voor Jeugd & Opvoedhulp voor in.

Een bijzondere vorm van geïndiceerde zorg is AWBZ-zorg. Voor meer informatie over AWBZ en Bureau Jeugdzorg, klik hier [link naar AWBZ voor professionals]

Elke cliënt krijgt een eigen vaste contactpersoon, de gezinsmanager, bij Bureau Jeugdzorg. Hij/zij analyseert de problematiek met de cliënt, stelt een diagnostisch beeld op en bepaalt welke zorg er nodig is. De gezinsmanager biedt ondersteuning op maat aan de cliënt tijdens het zorgtraject bij een aanbieder van de geïndiceerde jeugdzorg. De intensiteit van de ondersteuning wordt afgestemd op de behoeften van de cliënt.

De gezinsmanager:

Als er sprake is van een duidelijk vaststelbare psychiatrische stoornis bij een kind, waarbij deze stoornis het hoofdprobleem vormt, kan ook naar jeugd-GGZ verwezen worden via de huisarts. Een waarschuwing: soms speelt bij kinderen die 'vreemd gedrag' vertonen  bredere opvoedproblematiek en fungeert het kind als het ware de 'bliksemafleider' voor de problemen van een heel gezin. In dat geval kan een bredere blik op de gehele gezinssituatie een beter beeld geven.

Hulp wordt toegewezen voor een bepaalde periode. Hulp bij een crisis is in principe kortdurend (maximaal 3 maanden), overige hulptrajecten kunnen variëren van een half jaar tot een jaar of anderhalf jaar. Ook voor pleegzorg geldt dat de duur van een plaatsing heel sterk kan verschillen.   

Iedereen die vermoedt dat een kind mishandeld wordt, kan daarover contact opnemen met het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). U kunt bellen met 0900 – 123 123 0.
De medewerker van het AMK zal een aantal zaken met u bespreken. Bijvoorbeeld waarom u dat vermoedt en hoe lang u dat al denkt. Ook zal hij of zij u vragen of u zelf nog iets aan deze situatie kunt doen. Zoals in gesprek gaan met uw buren. Als dat niet mogelijk is, en de situatie van uw buurmeisje is zorgelijk, zal het AMK uw melding aannemen.