Uithuisplaatsing: als je niet meer thuis woont

Als je ouders niet goed voor je zorgen of het huis gevaarlijk is, dan kan het soms beter zijn dat je niet meer thuis gaat wonen. Dit kan voor enkele weken zijn, of voor langer. De kinderrechter kan besluiten dat je niet meer thuis mag wonen, of je ouders zelf.

Er zijn veel verschillende redenen waarom een kind niet meer thuis kan wonen. Bijvoorbeeld:

  • Je krijgt bijna geen eten
  • Je wordt thuis veel geslagen of op een andere manier mishandeld
  • Je ouders zijn ziek en kunnen niet voor je zorgen
  • Er is teveel heftige ruzie tussen ouder(s) en jou of tussen je ouders
  • Je ouders weten niet meer hoe ze voor je moeten zorgen

Eerst wordt altijd gekeken of je met hulp wel thuis kunt blijven wonen. Lukt dit echt niet, dan kan je dus ergens anders gaan wonen. Soms voor even of alleen in het weekend, andere kinderen blijven totdat ze 18 jaar zijn ergens anders wonen.

Contact met je eigen ouders blijft belangrijk. Alleen in heel gevaarlijke situaties is contact niet toegestaan. De medewerker van Bureau Jeugdzorg of de kinderrechter beslissen over hoe vaak je contact hebt met je ouders.

Waar ga je wonen?

Je kan op verschillende plekken gaan wonen. Bijvoorbeeld bij je tante of oma, maar ook bij mensen die je niet kent. Dit heet een pleeggezin. Ook kun je in een instelling gaan wonen. Ondertussen wordt gewerkt aan de situatie thuis. Als het weer beter gaat, dan kun je weer bij je ouders gaan wonen.

Op www.spirit.nl/kinderenjongeren lees je meer over pleegzorg.

Uitgebreide Informatie over je rechten en plichten bij een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing lees je in "Rechten & plichten bij een ondertoezichtstelling"